23 maart 2025
Een drukke en in sociaal opzicht rijkgevulde zondag. Het opruimen na gisterenavond stel ik, lui, uit. Eerst is er de voorstelling van de bundel Het omber en het oker van Paul Rigolle in de Snuffel. In de goed geregisseerde voorstelling zijn er, naast het voorlezen door de dichter zelf, bijdragen van Tania Verhelst, Edward Hoornaert en de Caravan Juke Joint Band. (…) Paul Rigolle, die het onder meer heeft over ‘de woorden die in het krijt staan tot de regen ze wegwist’, signeert mijn exemplaar met een wel erg flatterende [en zonder meer sterk overdreven] opdracht. Dat hij er achteraf het woord ‘kaart’ nog moet tussenmurwen, maakt zijn boodschap gelukkig iets minder pompeus. Ik praat op het terras in de zon na met een stel uit Zwevezele, vrienden van Paul. J is tandtechnicus en C werkte in Spermalie. Een vriendelijk praatje is het, met mensen die ik, zeker als Paul het ritme aanhoudt waarmee hij zijn bundels publiceert, wellicht nooit meer zal terugzien. Maar zulke op zichzelf staande contacten, die geen vervolg zullen kennen, moeten er ook zijn. (…) Behalve de bundel van Rigolle heb ik mij aan een verminderde prijs ook de mooie uitgave van het dagboek van Wannes van de Velde aangeschaft (…).
*
Wandeling met H & B naar Het Boompje. (…) We hebben het over de vader van B, die nu helemaal het noorden begint te verliezen, en over de boeken die we aan het lezen zijn: de gangbare onderwerpen. (…)
*
(…) Na de wandeling met H & B ga ik nog eens langs bij X & S. X ligt nog altijd met hevige rugpijn geveld op de bank. S heeft het erover hoe gruwelijk ze de misdaad vindt van de jongelui die in een woonzorgcentrum demente bejaarden vernederden en filmden. Dat vind ik uiteraard ook. Er is toch duidelijk iets mis met het moreel besef van sommige jongeren.
*
De avond gaat op aan het bekijken van de voetbalinterland tussen België en Oekraïne. Eindelijk nog eens een match die een vleugje enthousiasme weet op te wekken. Ik zie in de samenvattingen van andere matchen Noa Lang een strafschop missen voor Nederland. Leedvermaak. Die kerel [– niet bepaald een toonbeeld van voorkomendheid en klasse –] zou, mocht hij geen voetbaltalent hebben, misschien ook demente bejaarden vernederen.





























