Protesteren tegen de genocide wordt strenger bestraft dan de genocide, die, zoals we allemaal weten, niet wordt bestraft.
zondag 31 mei 2026
facebookbericht 1220
Schepen van Cultuur van Brugge Nico Blontrock laat zich betrekken bij een herdenking van Joris van Severen en verweert zich tegen de kritiek hierop door te zeggen dat zijn criticasters actief meewerken aan polarisatie.
Ja, ik lees het goed: de criticasters werken niet zomaar mee aan polarisatie, ze werken 'actief' mee aan polarisatie. Waaruit ik afleid dat je er ook passief aan kunt meewerken. En ja, dat is waar. Ik zou bijvoorbeeld passief meewerken aan de polarisatie die hier wordt aangewakkerd, indien ik er niet op zou reageren.
Vandaar deze reactie:
Wat een zwaktebod, dit statement van Nico Blontrock. Dat een schepen van Cultuur van een middelgrote stad niet inziet - uit onachtzaamheid of, helaas is dat ook mogelijk, intentioneel - dat je nooit neutraal een fascist kunt herdenken, dat is werkelijk onwaarschijnlijk. Om niet te zeggen onvergeeflijk. Ik begrijp het wel, de intentie is christelijk geĆÆnspireerd (het drama van de kiosk, de zinloze executies, en na al die jaren moet je kunnen vergeven), maar bepaalde rode lijnen moet je blijven trekken. š»
vorig jaar 383
31 mei 2025
Ik ben al om halfvier op en breng de eerste uren van deze dag door met Een lied van ooievaar en dromedaris (…)
*
Wanneer ik om halfzeven terugkeer van de bakker zie ik op het kruispunt met de Keizer Karelstraat een dode kauw op straat liggen. Aangereden, ongetwijfeld. Dat gebeurt niet vaak: kauwen zijn slim genoeg om op aankomend verkeer te anticiperen. Het kan nog niet lang geleden gebeurd zijn. De kauw ligt onder een van de bomen waarin ze ‘s nachts samenkomen om te slapen. Dan zitten ze per twee op de takken. Kauwen leven altijd in koppel. Deze dode kauw laat dus, behalve de leden van zijn slaapgroep, een intieme nabestaande achter. Hoe moet dat nu? Gaat de weduwnaar (of weduwe) op zoek naar een nieuwe partner? Maar hoe moet dat, aangezien alle kauwen in koppel leven en er dus geen alleenstaanden zijn? Of vergeet hij zijn overreden en overleden partner? Misschien is hij hem al vergeten? Start er een rouwproces? Misschien sterft de achterblijver wel van verdriet?
(*)
Door de veel te korte nacht voel ik me de hele dag erg moe. Ik moet meerdere keren terug het bed in. (…) het vooruitzicht van het bezoek deze avond. (…) Tussen het koken en opruimen door bekijk ik nog een aflevering van Met de wind mee. Onze sympathieke fietsreiziger Wouter Deboot brengt een bezoek aan de weduwe van Josip Weber. Ontroerend. Ik huil tranen met tuiten.
(*)
(…)
zaterdag 30 mei 2026
vorig jaar 382
29 mei 2025
(…)
*
Ik houd me de hele dag ‘in stilte bezig’ met: een boekverhaal over De dingen van Georges Perec, dat ik voor de vierde keer begin te lezen; boodschappen in de Carrefour; Blokken; een siĆ«sta; een wandeling; lectuur… ‘s Avonds maak ik met aquarel een zelfportret terwijl ik naar de vierde finaleavond van de Koningin Elisabeth-wedstrijd kijk: Schumann en Prokofjev II. Ik had in de loop van de dag via Messenger een kort gesprekje met P over de KEW. En ook via Messenger kreeg ik vanuit Perpignan een groet van E. Hij begon meteen met zijn flauwe taalgrapjes – du paing et du vaing – maar daar ging ik niet op in. (…)
30 mei 2025
(…) telefoon van P, die zo mogelijk nog meer digibeet is dan ikzelf: haar Facebookaccount is geblokkeerd. Of is ze gehackt? Ik spring op mijn fiets om het te gaan bekijken. We slagen erin om de ‘videoselfie’ te maken waarmee ze blijkbaar moet bewijzen dat ze een levende mens is, maar wat later blijkt dat ze ‘definitief’ van het platform is gegooid. Waarom, dat wordt niet duidelijk gemaakt. Dit onvoorziene bezoek (…) vormt het begin van een rit van 63 kilometer die mij tot tegen Lichtervelde of all places voert. De prijs die ik voor dit exploot betaal, is een siĆ«sta van meer dan een uur, zodat het al voorbij vier uur is wanneer ik opnieuw aan mijn werktafel plaatsneem voor mijn dagelijkse poging om iets van Anjet Daanje te maken.
*
(…)
*
De film Hidden Figures (Theodore Melfi, 2016), over drie wiskundige bollebozen, toevallig ook nog vrouw en ‘van kleur’, die werken voor de NASA en op die manier een bijdrage leveren tot de eerste Amerikaanse successen in de ruimte, drijft op een bijna aandoenlijk naĆÆef patriottisme en is in elk geval heel erg woke.
*
(…)
honderd woorden 591
POLLEN IN LE BOEUF
Nadat ze, zoals gebruikelijk, het selecte gezelschap van zo’n tweeduizend connaisseurs vriendelijk had aangemaand om vooral niet te vergeten hun gsm/portable/cell phone ‘opnieuw’ uit te zetten, voegde de alweer in een oogverblindende en ongetwijfeld erg dure jurk gehulde gastvrouw daar nog een tot ƩƩn persoon in het bijzonder gerichte boodschap aan toe: ‘We weten allemaal dat we ons in het seizoen van de pollen bevinden, maar mag ik toch vragen om zo discreet mogelijk te hoesten?’ De melomaan in kwestie, die dus niet manu militari werd verwijderd, hield zich gedeisd tijdens de zoveelste uitvoering van het eerste celloconcerto van Sjostakovitsj.
vrijdag 29 mei 2026
honderd woorden 590
WEGPINKEN
‘Ze zullen een traantje wegpinken want het doet iets met een ouder, je kind in zo’n ceremoniĆ«le omgeving gelauwerd te zien worden.’ Ik weet al waarover het radiobericht gaat want er was in het televisiemiddagjournaal ook een item aan gewijd: kroonprinses behaalt bul te Harvard. ‘Flip’ en Mathilde zijn speciaal naar Amerika gereisd om het moment mee te maken. ‘t Is Elisabeth gegund. Maar ik denk aan hoe mijn ouders de ceremoniĆ«le context van het voltooien van mijn studie zouden hebben ervaren mochten ze daarbij aanwezig zijn geweest. Ik zal nooit weten of ze daar iets zouden hebben moeten wegpinken.
donderdag 28 mei 2026
honderd woorden 589
POĆZIE
Pierre Plum vraagt wat poĆ«zie is. Ook na twaalf jaar voor een poĆ«zietijdschrift te hebben gewerkt weet ik het niet. ‘PoĆ«zie is wat je poĆ«zie noemt’ is een onbevredigend antwoord. Zoals kinderen zeggen: ‘Al wat ge zegt zijt ge zelf.’ In mijn leesclub zegden de dames van een boek dat ze graag hadden gelezen dat het zo ‘poĆ«tisch geschreven’ was. Ook al betrof het proza. PoĆ«zie ontstaat waar twee uiteenlopende registers op muzikale wijze botsen – en als je goed luistert hoor je de ongehoorde en onherhaalbare klingklang. PoĆ«tisch is in vele gevallen de immer vruchteloze poging om poĆ«zie te definiĆ«ren.
vorig jaar 381
27 mei 2025
(…)
28 mei 2025
Na het hoofdstuk met de onwaarschijnlijke lijkopgraving en -verplaatsing en -herbegraving raak ik Daanje in hoofdstuk 7, over het al even onwaarschijnlijke spiritisme en de volksverlakkerij die daarmee gepaard gaat, helemaal kwijt. En net wanneer ik begin te twijfelen of ik dit veel te lang uitgesponnen boek wel wil uitlezen, schrijft ze dit (op pagina 298): ‘ze meent helemaal niet wat ze schrijft, ze houdt haar lezers sarcastisch voor de gek met haar geestverschijningen, haar dramatisch diepzinnige contact met de doden’. Heeft Anjet Daanje het hier over zichzelf en over mij? Ik mag hopen van wel want op die manier wordt haar Lied van ooievaar en dromedaris dan toch weer interessant.
*
Een hele dag werken, enkel onderbroken voor een korte wandeling rond het Stil Ende, mijn dagelijkse portie Blokken, wat lectuur (…) en een telefoon van P (…). Het is halfnegen wanneer ik dan eindelijk klaar ben met mijn werk om den brode. Ik kan nog wat naar de Koningin Elisabethwedstrijd kijken: tweemaal Prokofiev (de pianoconcerto’s 2 en 3). Dat zegt me niet veel, in elk geval minder dan Rachmaninov. (…)
woensdag 27 mei 2026
honderd woorden 588
ROOD EN BLAUW
Op de steile berm van de snelweg zijn de klaprozen bijna uitgebloeid. Dat felrode feest duurde maar een week of twee. Wat verderop, in een veld: een eenzame korenbloem. Ooit waren het er meer. Toen ik enkele jaren geleden door Duitsland fietste, viel het me op dat het er daar vol van stond. Niet dat ene verdwaalde exemplaar uit een sierbloempakketje, maar wel degelijk nog een blauw legioen van wilde individuen. Hier zijn we het ontwend. Het zal zijn dat onze boeren een ander vergif mogen sproeien. Jammer, want is er in wat ons van natuur rest een mooier blauw?
dinsdag 26 mei 2026
facebookbericht 1219
Hier ook twee gierzwaluwen gesignaleerd. Twee, 't is beter dan geen. Maar toch maar twee. En tijdens het fietsen zie ik hier en daar een kievit. Vroeger waren dat hele zwermen van vele tientallen. Ik stopte ook al eens om een koppel wouwen te observeren, ik hoor geregeld rietzangers wanneer ik 's ochtends vroeg door de Moeren fiets, en gisteren zag ik voor het eerst 'in het echt' een koekoek. Alles in veel minder grote aantallen - en dan zijn er de soorten die verdwenen zijn zonder dat je het hebt gemerkt: bonte kraai, koperwiek, leeuwerik, lijster... Ik ben blij met al het overgebleven gevogelte dat ik te zien krijg.
vorig jaar 380
26 mei 2025
(…)
*
Ik zie vanop het trottoir mijn op het gelijkvloers wonende buurvrouw in haar keuken, dat was al een tijdje geleden. Ik gebaar haar even aan het raam te komen. C zet haar raam op een kier. Ik zeg haar dat ik me zorgen begon te maken omdat ik haar de laatste tijd veel minder vaak zie en omdat ze, meer dan vroeger, haar rolluiken half neerlaat. Dat doet ze, zo verduidelijkt mijn 85-jarige buurvrouw, omdat ze niet wil dat in haar woonkamer een fauteuil, die niet van haar is, door het rechtstreekse zonlicht zou verbleken. Ik heb de indruk dat C het wel op prijs stelt dat ik even naar haar toestand informeer.
*
Het is een moeilijke maandag. (…) De dag valt in stukken en brokken uiteen. Ik lees op Facebook gedeelde artikels, maak een kort fietsritje en ook nog een eens een wandeling rond het Stil Ende, houd een siĆ«sta, lees Alexander Deprez, Montaigne en Anjet Daanje, schrijf een boekverhaal over Turks fruit en kijk tv: een aflevering van Met de wind mee en de eerste finaledag van de Koningin Elisabethwedstrijd voor piano, met behalve twee keer het opgelegde stuk van Kris Defoort ook nog de concerto’s van Prokofiev en Brahms.
maandag 25 mei 2026
vorig jaar 379
25 mei 2025
(…)
*
(…)
*
(…) Het eigenlijke doel van onze samenkomst in Gent was de boekvoorstelling van het boek Prins Albert van Alexander Deprez. Dominique Willaert leidt het gesprek met deze jonge auteur (…). Het boek, dat ik op de trein terug naar Brugge begin te lezen, is een soort van Edouard Louis-arbeidersklasseverhaal, een kruising tussen Dimitri Verhulst en Didier Eribon. Niet zo platvloers als Verhulst soms kan zijn, maar helaas ook niet zo grappig. Willaert hekelde tijdens de voorstelling het fenomeen dat tegenwoordig alle kunst uit de middenklasse voortkomt, en hij juicht derhalve toe dat met de Alexander Deprez de ‘arbeidersklasse’ eindelijk nog eens een schrijver heeft voortgebracht. Vraag is natuurlijk over de arbeidersklasse gediend is van een schrijver die maar een matige literaire kwaliteit produceert.
zondag 24 mei 2026
19 * 73,8 * 26,4 * 147 * 1123,9
vorig jaar 378
24 mei 2025
Het is overduidelijk dat Bekentenissen van een Ierse rebel een gedicteerd boek is. Het relaas duikelt met een razende vaart van de ene anekdote in de andere. Behalve de chronologie zit er nauwelijks een structuur is. Ik heb zelfs de indruk dat er enkele overtollige herhalingen in geslopen zijn en dat Brendan Behan bij sommige passages echt wel een neut tƩ veel op had. Maar goed, sommige verhalen zijn burlesk en onderhoudend, en ik heb een paar keer goed gelachen. Die Behan moet toch wel een bijzonder kleurrijke figuur zijn geweest.
*
In Voorproevers gaat het over hoe vrouwen oud worden. ‘Wanneer merkte je voor het eerst dat je oud was geworden?’ ‘Toen ik met mijn dochter van vijftien in ItaliĆ« rondwandelde en merkte dat de mannen niet naar mij maar naar haar keken, hoewel ik met toch speciaal voor dit flaneren had opgemaakt.’
*
Bart Somers vertelt in de podcast Drie boeken zeer enthousiast – zo kennen we hem – over De wereld van gisteren van Stefan Zweig en over De dood van de Ier van Mario Vargas Llosa.
*
Op weg naar (…) krijg ik een bericht van M. Of ik geen zin heb om een vrijgekomen ticket voor Bruce Springsteen in Lille op te nemen. Deze avond nog. Ik aarzel, maar ga dan toch in op het aanbod. We vertrekken ruim op tijd. In een pizzeria nabij het stadion heb ik een leuk gesprek met een stel uit Le Mans. Over de 24 heures natuurlijk, maar ook over Brugge en de politiek. Marion en HervĆ© zijn net als ik de extrĆŖme gauche toegedaan. Met M spreek ik even over het radioprogramma over ouder worden van vanmorgen. Waar ik de ervaring van het niet-meer-bekeken-worden herken, zegt hij net het omgekeerde te beleven. Maar M is dan ook een knappe man van 45. (…) Het concert, dat stipt om halfacht begint, draait uit – voor mij – op een teleurstelling. Na een korte anti-Trump-speech, heeft the Boss mij met zijn eerste nummers nog wel mee, maar de wall of sound die wordt opgetrokken op een honderdtal meter van mijn plaats hoog in de tribunes, begint al vlug te vervelen en op den duur zelfs te irriteren. De reuzeschermen links en rechts van het podium leiden mijn blik voortdurend af van de werkelijke, gewoon veel te kleine figuren erop. Springsteen zingt vals, beweegt nauwelijks, strompelt, raakt reikende handjes aan, wijst mensen aan in het publiek zoals ook presidentskandidaten doen op een rally, zingt voortdurend boven zijn macht, roept, scandeert… De E Street Band lijkt vooral op routine te spelen. Sommige hits, zoals The River, worden vakkundig de nek omgedraaid. Enfin, dit is gewoon een barslecht concert, en het feit dat ik meer dan de helft van de nummers niet ken – ik ben opgehouden met Springsteen te volgen ergens halfweg de jaren negentig –, is ook niet bepaald bevorderlijk voor de feestvreugde. Na twee uur en drie kwartier is het eindelijk voorbij. (…) Tot overmaat van ramp belanden we bij het wegrijden in een file. (…) Om twaalf uur ben ik dan eindelijk thuis. Gelukkig ‘tuuten’ mijn oren niet.
zaterdag 23 mei 2026
vorig jaar 377
23 mei 2025
(…) Ik weet eerst niet goed wat verteld en dan hebben we het toch uitvoerig over iets en nu weet ik niet meer wat dat was. Op een gegeven ogenblik zet X haar bril af en ik zie (…) een oud geworden vrouw die ik nooit eerder zag. (Ons gesprek, nu herinner ik het me weer, ging over AI en digitalisering. En ja, over de kloof die ik ervaar tussen mij en mijn jonge nieuwe collega’s.)
*
Een dikke tweeĆ«nhalf uur bezig met de voorbereiding van het etentje met de drie vrienden met wie ik twintig jaar geleden naar Marseille fietste. Ik maak (a) asperges Ć la flamande en (b) zalmnoot met paprika, kerstomaten en puree. We kouten genoeglijk en lachen een paar keer hartelijk. We hebben het onder meer over het televisieprogramma Liefde voor muziek en over de kwaliteit van veel Vlaamse muzikanten. De running gag is: wanneer gaan we het nu eindelijk over Gaza hebben? ‘Misschien straks bij het dessert,’ zegt een van ons met in sarcasme gedoopte onmacht. Maar er is geen dessert. Er worden vage plannen gemaakt voor een meerdaagse fietsreis, ergens in 2026. Het moet in een vlakke omgeving zijn, zegt GDW, die met zijn meer dan 130 kilo nergens nog op geraakt. Ik met mijn *** kilo ook niet, trouwens. J en H blijven ver onder de drie digits. J vertelt over zijn solitaire rit van vorig jaar. Dwars door Frankrijk en over de Alpen tot in ItaliĆ«. Hij legde de hele afstand af in een dag of tien. En GC staat bijzonder scherp: hij heeft vorig jaar tienduizend kilometer gefietst, waarmee hij nog maar eens iedereen overtroeft.
vrijdag 22 mei 2026
vorig jaar 376
22 mei 2025
De
aanhoudende gruwelberichten uit Gaza maken me woedend en verdrietig,
ze vervullen me met afschuw, ze doen me beseffen hoe machteloos ik
ben, ze nopen me tot stilte. In zo’n wereld wil ik niet leven. Maar
wat is er anders? Ik schrijf een wanhoopskreet van vijf woorden op
Facebook en oogst daarmee tien keer meer reacties dan met mijn
uitgebreide teksten:
Afschuw
Woede
Verdriet
Machteloosheid
Stilte
*
Voor het eerst na twee recorddroogtemaanden regent het. Nog niet veel en in elk geval veel te weinig, maar het is toch al iets.
*
Van A ontving ik dit keer, als respons op mijn Populierendreef 29, een brief van maar liefst 28 bladzijden. Ik werk me er doorheen, gelukkig schrijft die man goed. Maar beantwoorden is natuurlijk een ander paar mouwen. Om dat serieus aan te pakken, heb ik een paar uur nodig. Maar die heb ik niet.
*
(…)
*
X komt langs. (…) Dit keer zijn we niet alleen. De wereldpolitiek zit in mijn hoofd. De gruwel die zich op dit eigenste moment aan het voltrekken is en waarop we met niets anders dan met machteloze verontwaardiging kunnen reageren.
donderdag 21 mei 2026
vorig jaar 375
20 mei 2025
De ‘namen noemen’-ervaring in Kazerne Dossin omgezet in een notitie: https://pascaldigital.blogspot.com/2025/05/notitie-469.html
*
Ik slaag erin om na een wandeling naar Raaklijn en Fnac zonder aangekochte boeken terug thuis te komen, geheel in lijn met mijn voornemen om deze maand nul (0) boeken te kopen. (…)
*
(…)
21 mei 2025
Opeens zit mijn appartement vol vliegen. Ik denk aan Jeroen Brouwers. De vliegen zoemen en gonzen onvermoeibaar, botsen tegen de ruit, kakken ondersteboven tegen het plafond, leren te ontkomen aan mijn belagingen, ontsnappen dan toch niet aan de vliegenmepper. Ik dood, met een bizarre mengeling van afgrijzen en wellust, tientallen van die ingenieuze, gesofisticeerde, wonderlijke apparaatjes van leven en perceptie en vernuftige vliegkunst, van DNA-doorgave.
*
Tijdens mijn wandeling zie ik op de brug over de Bloedput een koppel reigers. Ze staan op de balustrade, vliegen op bij mijn nadering, zeilen naar beneden waar ze een tak vinden om mij van daarop in de gaten te houden. Ze communiceren met elkaar door middel van doffe keelgeluiden. En dan vliegen ze, de zwaartekracht uitdagend en met hun klauwen en vleugeltoppen het wateroppervlak beroerend, naar de overkant.
*
(…)
*
Het lied van ooievaar en dromedaris stelt me teleur. Het is allemaal veel te breedvoerig (…).
woensdag 20 mei 2026
LVO 351
fragment uit Het maaiveld
Wat er precies gebeurd was en wat precies de aanleiding was geweest – we hebben het nooit geweten. Maar dĆ”t de tegenaanval georkestreerd was, zoveel was duidelijk want er deden zich tijdens de eerste week van het laatste jaar, de zogenaamde retorica, wel opvallend veel incidenten tegelijkertijd voor.
Onze klas was er met goede moed aan begonnen, aan dat laatste jaar. De sfeer was goed, er was een soort van evenwicht tot stand gekomen tussen de volgzamen en de wat roekelozeren, de minder aangepasten, de vrijbuiters. Al viel het nog allemaal heel erg binnen de rede. Ik werd herverkozen tot klasverantwoordelijke en leidde nu ook de Boemerang genaamde, met behulp van huisvlijt, vrijwillige inzet, stencils en nagellak vervaardigde schoolkrant. (De nagellak gebruikten we om op de waslaag van de stencil de onvermijdelijke tikfouten te verbeteren.) Samen met Bert vormde ik, zonder daarom al te dominant te zijn, een sfeerbepalend duo dat onze medeleerlingen van de zesde Latijn-wetenschappen en ook onze leerkrachten scherp hield. Ik was volop mijn schuchterheid aan het overwinnen. Ik voelde eigenlijk voor het eerst in mijn leven – mijn nog kinderlijke vriend- en kameraadschappen niet te na gesproken – dat ik iets voor anderen kon betekenen. Dat anderen iets in mij zagen. Dat ik gezien werd.
Ik ging in die periode dan ook graag naar school. De vriendschap met Bert en dat prille zelfvertrouwen compenseerden de akelige sfeer die heerste in mijn ouderlijk huis. In dat jaar viel het huwelijk van mijn ouders, waarvan de schijn al vele jaren hooggehouden was, definitief uiteen. Mijn vader was vaak afwezig, maar ik miste hem niet. Als hij dan toch thuis verbleef, heerste de stilte die er zo ook al was tussen mijn moeder en mij alleen maar nog nadrukkelijker omdat mijn ouders onderling ook al niet met elkaar spraken, en ik met mijn vader al helemaal niet. Ik deed er alles aan om te ontkomen ‘aan de stemming in mijn ouderlijk huis die steeds ondraaglijker werd, aan het zwijgen dat zich daar steeds meer uitbreidde’.(*) Elke andere plek was beter. De school was er een van. Daar wisten ze trouwens niets van wat mij thuis overkwam. Of ze wisten het wel, maar ze deden alsof ze het niet wisten.
(*) W.G. Sebald, De emigrƩs, 198; vertaling Ria van Hengel
dinsdag 19 mei 2026
vorig jaar 374
19 mei 2025
X en ik bestellen – en dat kan op klaarlichte dag maar met ƩƩn bedoeling zijn – een kamer bij een bevriende hoteluitbaatster. Haar blik verraadt dat ze heel goed weet waar het ons om te doen is. Ze gaat de kamer gereedmaken. Er moet eerst nog wel wat meubilair in elkaar geschroefd: de onderdelen worden net aangevoerd. Daarnet, bij de ingang van het hotel, zagen we, opgehangen aan een balk, een omgekeerd rieten hoedje met daarin een vogelnest. Bij het bekijken van de inhoud ervan zagen we enkele eieren liggen, maar door een onvoorzichtige manipulatie van het hoedje valt er een op de grond. Het ei breekt, de dooier loopt uit op de vloer.
*
In De wereld van Sofie heeft een ‘expert’ het over de gradaties van hongersnood. Dit naar aanleiding van het feit dat – naar verluidt – een vierde van de Gazanen op het punt staat de hongerdood te sterven. Het feit! En dit omdat IsraĆ«l elke voedselhulp tegenhoudt. Datzelfde IsraĆ«l dat de televoting op het Eurosongfestival manipuleerde om daar toch maar als winnaar uit de bus te komen. Wat op een haar na nog gelukt is ook. In wat voor een wereld leven wij eigenlijk. Onmacht lijkt daarin de belangrijkste niet-drijfveer. Betogingen genoeg, maar wat halen ze uit. Op Facebook roept, vanuit die machteloosheid, een ernstige opiniemaker op tot geweld.
*
(…)
*
Ik begin aan Het lied van ooievaar en dromedaris van Anjet Daanje. Dat belooft een lange rit te worden.
*
GroĆe Freiheit van Sebastian Meise (2021) is een lang uitgesponnen gevangenisfilm of homofilm – enfin, een combinatie van die twee. Na vele jaren in de cel te hebben doorgebracht, komt X in een bijzonder losbandige homobar. In de kelder onder het zaaltje waar een freejazzensemble zich uitleeft worden allerlei onnoemelijkheden bedreven. Wat later doet X het nodige om zo snel mogelijk opnieuw in de gevangenis te belanden: hij gooit de ruit in van de etalage van een juwelierszaak en begint, in afwachting van de komst van de politie, alvast een sigaretje te rollen.
maandag 18 mei 2026
vorig jaar 373
18 mei 2025
Ik moet een heel eind te voet naar Varsenare, waar W woont. Hij is aan het vergaderen met zijn collega’s van de universiteit. Kathleen Cools doet open. Ik vraag haar of W naar het feest gaat dat P bij haar thuis organiseert. In de volgende sequentie bevinden we ons op dat feest. W is er. Zijn opengewerkte overhemd toont een borstkas die veel werk in de gym verraadt. C zegt zoals gewoonlijk niets. G is er ook. Hij doet alsof hij mij niet ziet. En dan is er ook de nieuwe vlam van X, een jonge en magere Schot met rood haar, een geruite broek en een discreet juweel in zijn oorlel. De Schot begint wild te dansen, hoewel er helemaal geen muziek is. Dit alles speelt zich af onder aan de trap in de inkomhal van het huis in de Marcus Laurinstraat.
*
(…)
*
Tijdens het redderen in de keuken luister ik naar TouchƩ, dit keer met Stef Bos. Nog zo iemand ten aanzien van wie ik, net als bij de gasten van Liefde voor muziek, mijn vooroordelen aan de kant moet schuiven om te kunnen ervaren dat ook hier een authentieke mens aan het woord is die probeert om er het beste van te maken. Bos vertelt over het zware verkeersongeluk waarbij een van zijn kinderen ternauwernood aan de dood ontsnapte. Van zijn muziek houd ik niet zo, maar zijn rustige en waardige manier van praten neemt me voor hem in.*
(…)
zondag 17 mei 2026
vorig jaar 372
16 mei 2025
(…)
17 mei 2025
(…) Het is in de tuin van de psychiatrische instelling tegenover het station van Duffel even zoeken naar de Kapel van het Niets van Thierry de Cordier: een zwarte constructie met een witte opstaande wand en een opengewerkt plat dak. Een tuinier laat even op zich wachten – hij heeft de sleutel om de deur te openen. Het lukt hem niet. Mij lukt het, vreemd genoeg, wel. De ruimte binnen is – hoe kan het ook anders voor een kapel met die naam – leeg, op een zwarte pilaar die excentrisch geplaatst is na. De witte muren zijn aangeslagen met groene schimmel of mos door de blootstelling aan de binnenvallende regen. Het geheel is wel heel erg minimalistisch. We maken enkele foto’s. (…) In Mechelen bezoeken we de Dossinkazerne. Op een drafje door de tijdelijke tentoonstelling over sporters in Auschwitz. Dan lenen we onze stem voor een project dat eruit bestaat dat de namen van alle 26.000 van hieruit weggevoerden worden ingelezen door evenveel verschillende bezoekers. Ik spreek de naam in van Aron Wijnschenk, een diamantslijper uit Amsterdam die in 1942 na een razzia werd weggevoerd met het derde transport, om enkele dagen later in Auschwitz te worden vermoord. Hij was toen net even oud als ik nu ben – misschien is dat de reden waarom ik aan hem word gekoppeld.
Op de markt van Mechelen drinken we een koffie. Praatje met een allochtone ober die de transformatie van zijn stad de voorbije dertig jaar zeer positief beoordeelt. Maar hij zou toch niet voor burgemeester Somers stemmen omdat hij een andere ideologische overtuiging is toegedaan. Welke, dat zegt hij niet, maar het feit dat hij het meteen over veiligheid heeft doet mij een donkerbruin vermoeden hebben. (…)
*
(…)
zaterdag 16 mei 2026
LVO 350
fragment uit Het maaiveld
Een lichtpunt in het vijfde jaar was de leerkracht voor Frans, Michel Perquy. Met zijn uiterlijk verwees hij van alle OLVA-leraren het uitdrukkelijkst naar de toen nog maar tien jaar in het verleden liggende revolte van ‘68. Zijn sluike lange haar, in een punt uitlopende sik, onafscheidelijke pijp en zwarte rolkraagtrui maakten van hem het buitenbeentje van het korps. Hij leek er niet echt bij te horen – en hij leek dat ook niet te willen. Als een vrijbuiter waarde hij rond tussen de klerken. Rond de veertig moet hij toen geweest zijn. Later zou hij naar Parijs verhuizen, een stad waar hij zich wellicht beter in zijn sas zal hebben gevoeld dan in Assebroek-bij-Brugge. Hij werd ook literair vertaler – ik herinner me dat mijn hart opsprong toen ik zijn naam zag staan in het boek Camille Claudel, een vrouw. Gedurende enige tijd was dat boek een bestseller omdat het succesrijk was verfilmd. Hoe het meneer Perquy verder is vergaan, heb ik nooit vernomen. (*) Hij was zo iemand van wie je wist dat hij wist wie je was. Tot welke soort je behoorde. Hij hoorde er net als jijzelf niet bij. Dat schiep een band, een die ervoor zorgde dat je bij hem je uiterste best deed. Zijn vertrouwen wilde je niet beschamen.
Frans in de poĆ«sis: de opdracht om – in het Frans – een gedicht te schrijven viel niet uit de lucht. We kregen er een week de tijd voor. Ik pakte die taak heel serieus aan. Mijn gedicht werd erg lang. Het paste niet op ƩƩn blad. Maar tegelijkertijd wou ik het ook niet als iets al te hoogdravends of ernstigs presenteren. Daarom tikte ik het uit op een rol wc-papier. En zo diende ik mijn werkstuk ook in bij meneer Perquy. Hij vroeg niet waarom ik het zo had gedaan, hij begreep het en maakte geen misbaar.
(*) Dit is achterhaald. Michel Perquy is nu kunstschilder: https://oparijs.eu/over-oparijs/
vrijdag 15 mei 2026
driekleur 612
(...) iedereen droeg een zwart pak, en degene die er geen hadden, want dat kwam ook voor, die probeerden toch helemaal in het zwart te gaan, broek, trui, laarzen of schoenen, alleen de motoren bleven kleurig, geel, rood, blauw, wat iedereen maar had, maar ook daar hadden ze aan gedacht, want ze hadden allemaal een zwart lint aan het stuur (...)
LÔszló Krasznahorkai, Baron Wenckheim keert terug, 349
vorig jaar 371
15 mei 2025
De begrafenisplechtigheid wordt gestreamd en kan worden bekeken op de hoogste verdieping van het door elkaar geklutste huis in de Marcus Laurinstraat. Ik leid de gasten, van wie ik er veel niet ken, naar boven. Daar lijken er maar weinig mensen bezig met de uitzending. Beneden, in de keuken, is er een tafel met allerlei lekkers. Er liggen ananasringen op de vloer. Ik raap ze op om ze in de vuilnisemmer te gooien en merk dat de hele vloer kleverig is geworden. Blijkbaar hebben er al een aantal gasten door het sap gelopen. Ik besluit me terug te trekken in mijn in de tuin opgestelde tentje, tot iedereen terug weg is. In mijn tweede droom ben ik in het station. Ik heb nog ruim de tijd om een ontbijt te kopen. Iemand probeert me in het winkeltje voorbij te steken, maar dat laat ik niet gebeuren. Ik koop zo’n klein Frans stokbrood (flĆ»te) en een croissant. De flĆ»te is slap. Dat komt, zegt de verkoper, omdat hij in plastic is verpakt. (De associatie met een condoom ligt voor de hand.) Ik stap het verkeerde deel van het perron op, en mis daardoor mijn trein.
*
(…)
donderdag 14 mei 2026
vorig jaar 370
13 mei 2025
(…)
14 mei 2025
(…)
*
Gisterenavond zag ik een man van een jaar of zestig helemaal onderuit liggen tegen een voordeur in de Beenhouwersstraat. Een allochtone man was zich al over hem aan het ontfermen. De liggende man was straalbezopen. Hij vertelde dat hij ruzie had gemaakt met zijn moeder en niet meer binnen mocht. Als een buitengesloten hond was hij dan maar tegen de voordeur gaan liggen. De talen waarin ik samen met de dronken man en de allochtone man een gesprek probeerde te voeren, waren Frans en Nederlands. Op een gegeven ogenblik zei de man dat hij niet wou sterven. Niet zoals Tom Petty en Arno en George Harrisson en Jacques Brel. En ook niet zoals Bob Dylan. Ik zei hem dat die nog niet dood was – al zouden fans die een van Bobs recente optredens hebben bijgewoond mij misschien het tegenovergestelde verzekeren. Ook K, die toevallig passeerde, kwam er nu bij staan. Uiteindelijk heeft hij, nadat ik de scĆØne had verlaten omdat ik dreigde te laat op mijn bestemming aan te komen, de ambulance gebeld. In afwachting, zo vertelde hij me achteraf, hebben ze – K dus, de dronken man en de allochtone man, samen nog liedjes van Brel gezongen. Het ging daar aan die voordeur van ‘Marieke, Marieke’, onder meer.
*
(…)
*
Ik lees de verhalenbundel Blow-Up van Julio CortĆ”zar, bijna veertig jaar na de eerste keer, toen de pocket perfect in de zijzak van mijn uniformbroek paste zodat ik hem overal mee kon nemen om de lege legerdiensturen wat invulling te geven, voor de tweede keer uit. Ja, het zijn toch wel sterke verhalen. Sterke sfeerschepping in het verhaal over Charly Parker. Spanningsopbouw en chronologische verwarring in ‘Geheime wapens’.
*
(…)
woensdag 13 mei 2026
LVO 349
fragment uit Het maaiveld
Tijdens de bezinningsdagen in de abdij van Westvleteren kregen we de gelegenheid om lucht te geven aan de puberale verknooptheden waaronder we in die tijd gebukt gingen. We smachtten naar open gesprekken over ‘gevoelens’ en vriendschappen. We waren nog niet cynisch genoeg om doordrongen te zijn van de wetenschap dat zoiets nooit veel zoden aan de dijk brengt en meestal gedoemd blijft om in steriliteit en achterklap onder te gaan. Dat zal ook wel Lyckes uitgangspunt zijn geweest, maar het was niet het onze en daar had hij toch wel een beetje rekening mee kunnen houden in plaats van er neerbuigend en lacherig over te doen. De ‘retraite’ ontaardde in een open conflict. In plaats van een open sfeer te creĆ«ren waarin de groepsbanden konden worden aangehaald, raakten onze verhoudingen met het gezag voor de rest van het schooljaar en – zoals nog zou blijken – voor de rest van onze middelbareschoolcarriĆØre vertroebeld.
Een bizar incident lag aan de basis van het conflict. Tijdens een vrij halfuurtje waren we met een tiental klasgenoten wat gaan voetballen op de parking van de horecazaak tegenover de abdij. Omdat we daar dorst van hadden gekregen, hadden we besloten om iets te drinken in het cafĆ©, dat draaide op de verkoop van het door de paters gebrouwen trappistenbier. Maar aangezien de abdijkeuken de voorbije twee dagen, zonder dat wij daar om hadden gevraagd, het ‘tegelijk duivelse en goddelijke bier (...) met een alcoholpercentage van acht’(*) bij elke maaltijd had geserveerd, behalve bij het ontbijt, kozen we nu gewoon een cola. Toch nam mijnheer Lycke ons onze uitspatting kwalijk. Hij dreigde er zelfs mee om de boel de boel te laten en naar huis te gaan. Dat had hij waarschijnlijk nog het liefst gedaan om er aan zijn verbouwingen te gaan voortwerken, maar hij deed het uiteindelijk niet. Hij vond het niet kunnen dat wij tijdens een bezinningsdag op cafĆ© gingen, terwijl wij dan weer vonden dat we inschikkelijk waren geweest door ons voor het lessen van onze dorst te beperken tot een niet-alcoholhoudend drankje, waarmee we tegelijkertijd aangaven te beseffen dat bezinnen en pintelieren onverenigbare activiteiten waren.
De onenigheid werd pas ‘s avonds bijgelegd, maar in het wederzijdse vertrouwen en in onze hoge verwachtingen ten aanzien van onze titularis was een eerste bres geslagen.
(*) Luuk Gruwez, Het land van de handen, 11







































