zaterdag 24 augustus 2013

dienstmededeling

Tot 31 augustus!

3324

Brugge, Heilig Bloedprocessie 1 - 130509

3323

Brugge, Kuipersstraat - 130509

vrijdag 23 augustus 2013

reactie


En dat noemen ze dan: 'une nature morte'.
Terwijl de tulpen dansen.
(…)
Hoe komt het toch dat uw foto's spreken?



reactie

Pascal, ik las deze tekst pas vandaag. Veel overeenkomsten, vind ik, met wat ik schreef in 'Was vroeger alles beter?'.
Ik geloof dat er nog wel meer verwantschappen zijn tussen ons.
Ik heb nu ook wel zin gekregen om dit boek te lezen.
M.P.

Bobby Ewing Blues

Beste L. en B.,

Jullie vroegen mij om Bobby Ewing Blues van Philippe Diepvents te lezen en daar dan mijn licht over te laten schijnen. Als eerste indruk schreef ik jullie al het volgende:

Nu voorlopig alvast dit: meeslepend, maar niet duidelijk of het een gewoon romantisch verhaal is, of is de ambitie groter? De kwestie van de creativiteitspillen overtuigt me niet. Qua taal moet ik helaas vaststellen dat de eindredactie onzorgvuldig is verlopen: stroeve zinnen (zoals in deze haastige mail), maar ook regelrechte taalfouten (met mondjesmaat ipv mondjesmaat; de jongentjes wiens ipv de jongetjes wier – en nog een paar van die kemels). Dat had beter gekund. De ingelaste maatschappijkritische commentaartjes lijken mij onvoldoende geïntegreerd en komen wat belerend over. (Bijvoorbeeld over het dwingend aanwezig zijn van emoticons in mailberichten ;-).) Enfin, we zullen zien, ik ben benieuwd.

Nu is het boek uit en ik vraag mij af wat ik aan dit vroege oordeel toe te voegen heb.

Ik las meer dan een week geleden de laatste bladzijde en moet vaststellen dat het hele verhaal al aan het vervagen is. (Misschien ben ik ook aan geheugenpillen toe.) Ik doorblader het boek even en ja, het is nog niet helemaal weg: het gaat, voor zover ik het begrepen heb, uiteindelijk om een rouwverwerking. De hoofdpersoon is weduwnaar geworden en moet nu over dat verlies heen.

Maar er zijn complicaties. Het geheugen en het vermogen om te fantaseren laten het afweten. Die fantasiepillen komen er dus aan te pas; er zijn verwikkelingen met een lustmoordenaar (waardoor het genre verschuift van psychologische roman naar thriller, of dan toch naar psychologische thriller); uiteindelijk blijkt de oorzaak van alle problemen van medische aard. Het is best wel spannend en bij momenten meeslepend geschreven – maar het raakt of ontroert me niet (of toch te weinig). De vraag is hoe dat komt? Ik denk: de onwaarschijnlijkheid van het verhaal. De kronkels die je de weg doen verliezen. Maar ook – en ik alludeerde er al op: de taal, de stijl. Niet dat Diepvents niet goed schrijft, maar hij lijkt me een betere verteller dan een goede stilist. Naast zijn verhaal heeft hij mij niet genoeg te bieden en ja, ik ben zo’n lezer voor wie enkel een goed verhaal niet genoeg is. In literatuur acht ik vorm belangrijker dan inhoud. (Niet alleen in literatuur, overigens.)

Eindoordeel: Bobby Ewing Blues is een verdienstelijke roman van een schrijver die vast en zeker veel in zijn mars heeft en die er ook een aantal behartenswaardige meningen op na houdt, maar ik krijg de indruk dat hij zijn steile ambities niet heeft kunnen waarmaken. De constructie is ambitieus maar ze is aan de basis te wankel opgezet, waardoor de hele zwik in elkaar stuikt. Op tijd wegwezen is de boodschap.

Een vijf op tien.

Toch sluit ik niet uit dat het niveau hoog genoeg is voor een uitgever die mikt op de lezer van het veeleer populaire genre. Je kunt, denk ik, Bobby Ewing Blues slijten als een ‘intelligente psychogische thriller’ en er een publiek voor vinden. Ik wens Philippe Diepvents succes!

Nu ik die naam toch nog even proef, nog dit: als het een pseudoniem is, dan vind ik het géén goed gekozen pseudoniem!

In de hoop jullie hiermee van dienst te zijn geweest,

Beste groet,

Pascal

wolken 707-719

wolkenfragmenten uit Orhan Pamuk, Istanbul

707
Ik hou van de volle maan, waardoor de nacht geen pikzwarte duisternis is, van de maanlichtcultuur, die de hele stad deelt, van de halve maan, die vooral dient om de geheimzinnige kracht van de duisternis af te beelden als een bron van kwaad, of zoals op deze afbeelding, van maanlicht dat door wolken wordt doorsneden, dat is afgezwakt zoals een lamp wordt gedimd opdat er een moord kan worden gepleegd. (58)

708
Hij liep evenmin warm voor de taferelen uit de Vertellingen van duizend-en-een nacht en uit het oriëntalisme, dat in die jaren vooral in Frankrijk sterk in opmars was, en die binnen de kortste keren verwerden tot cliché, en dat is de reden dat hij in zijn werk nooit een poging heeft gedaan om met licht- en schaduwspel, met mistflarden en wolkenpartijen effecten te bewerkstelligen die horen bij zo’n fantastische sfeer, zoals hij ook nooit heeft geprobeerd de stad en haar inwoners ronder, boller, molliger, arabesker of moedelozer te tekenen dan ze zijn. (90)

709
Op een van de takken streek een kraai neer. Ik keek aandachtig. De kraai, die ik van onder zag, en een eenzame wolk achter de tak wisselden van vorm en plaats. De wolk die ik door het raam zag vond ik lijken op de snuit van een vos, daarna op zijn kop en dan op een hond. Ik wilde niet dat de hond dan nog verder van vorm zou veranderen, de wolk moest zijn weg als hond vervolgen, maar even later transformeerde de wolk toch tot een van de zilveren bonbonnières op pootjes die in het altijd afgesloten vitrinekastje in het dressoir van mijn oma stonden en dan wilde ik thuis zijn. (…) De huishoudster, die naar de straat stond te kijken, volgde de voddenboer met haar ogen en deed dan het raam dicht en naast het venster dat zij gesloten had zag ik dan een andere wolk die even snel voortdreef als die van kort daarvoor maar nu in tegengestelde richting. Terwijl de wolk, die ook in het raam weerspiegeld werd verder dreef, vroeg ik me af of dit toch niet de vossen-honden-bonbonnièrewolk van daarnet was. (142-143)

710
De wolken en de vogels die ik tekende stonden op papier zoals de vogels en de wolken die ik op plaatjes had gezien. Ik tekende ze na van mijn herinneringen aan die plaatjes, maar het waren mijn tekeningen, en de bomen, bergen en wolken stonden erbij alsof ze echt waren. (171)

711
(…) ik voelde me opgewonden en wilde die onvergelijkelijke momenten van genot die ik onder het tekenen voelde, rekken, weer opnieuw beleven. Dat was het snelst te bereiken door er nog een wolk, een paar vogels, blaadjes bij te zetten. (171)

712
Hoe denkbeeldig ook, de dingen die ik tekende, een huis, boom, wolk, hadden ook een materiële en reële kant. (173)

713
Als ik met enige nieuwsgierigheid en ontzag aan Haar moest denken, verdwenen alle beelden in mijn hoofd naar de achtergrond, vervolgens draaide deze verschijning net als in reclamespotjes of aan het begin van een speelfilm wel gebeurt een paar keer sierlijk om haar eigen as, werd dan iets scherper en steeg een stukje op naar waar Ze thuishoorde, tussen de wolken. (204)

714
Als hij de aanblik van de Gouden Hoorn en de contouren van Istanbul verwoordt, bezien vanaf de vlakte van het mevleviconvent in Galata, het tegenwoordige Tünelplein, waar Nerval negen jaar eerder ook over had gesproken en waar ik met mijn moeder altijd op de tramlijn Maçka-Tünel stapte als we in Beyoğlu onze boodschappen hadden gedaan, zegt hij: ‘Het landschap bezat zo’n eigenaardige schoonheid, het leek wel surrealistisch’, waarna hij de minaretten beschrijft, de koepels, de Ayasofya, de Beyazıtmoskee, de Süleymaniyemoskee, de Sultanahmet, de wolken, het water van de Gouden Hoorn, de tuinen van de Paleiskaap met hun vele cipressen, de ‘blauwe hemel met zijn onvoorstelbaar fijne parelmoerachtige waas’ op de achtergrond en het lichtspel dat zich daartussen voltrekt, en dat alles doet hij met het genot van een schilder die zijn schilderij tot in de finesses beheerst en de zelfverzekerdheid van een schrijver die precies weet wat hij doet, zodat ook een lezer die dit panorama nooit heeft gezien ervan geniet. (259)

715
Voor Ruskin ontstaat pittoreske schoonheid dan ook pas honderden jaren nadat een gebouw is neergezet, als het vergroeid is met klimopstruiken, grassen, planten en de andere uitlopers van de natuur (dat kunnen ook golven zijn, de zee, rotsen en zelfs wolken) die er rondom opduiken. (290)

716
De golven van de Bosporus tekende ik op een kinderlijke manier zoals Dufy dat deed, de wolken gaf ik vormen als Matisse, allerlei kleine details waar ik niet uit kwam dekte ik af met verfvlekken ‘zoals de impressionisten’. (301)

717
Ik vond het ook een mooi gezicht als dikke, donkere wolken net als in de schilderijen van Turner zich bij de laaghangende, dreigende donderwolken aan de horizon voegden. (321)

718
Als de seksuele aantrekkingskracht tussen ons onverdraaglijk werd – ze wilde nog steeds niet naar Cihangir om te tekenen –, stapten we in Beşiktaş, waar we vaak heen gingen voor het Museum voor schilder- en beeldhouwkunst, op een willekeurige veerboot (54, İnşirah) en keken zolang we tijd hadden naar de Bosporus, naar de landgoederen waar in de loop van de herfst alle bladeren vielen, naar het wateroppervlak dat bij noordoostenwind voor de villa’s aan de waterkant een rimpeling vertoonde alsof er een huivering doorheen trok, naar het snelstromende water dat van kleur verschoot als de wind de wolken verjoeg, en naar de parken bij de villa’s aan de oever, vol met dennenbomen. (376)

719
Door de trillende raampjes van de veerboot waren de vervallen, oude houten huizen zichtbaar, de half verlaten Griekse wijken en de bouwvallige gebouwen van Fener, dat als gevolg van de niet-aflatende druk van de overheid was leeggelopen en, nog mysterieuzer door de donkere wolken, de contouren van Istanbul met het Topkapıpaleis, de Süleymaniye, de heuvels, moskeeën en kerken. (396)

wolken 703-706

wolkenfragmenten uit Hans Warren, Geheim dagboek 1952-1953

703
Het uitzicht is zo wijd dat er wel altijd ergens wolkenschaduwen glijden om reliëf te geven aan de heuvels, terwijl zonneplekken de heuvelhellingen in de verte nevelig groen tinten. (60)

704
Ik was gelukkig, ik voelde me zo jong toen ik vanmorgen met veerkrachtige snelle stappen naast Marc door de tuinen van het Luxembourg liep, langs de kleurige bloemen, onder de helwitte wolken.
Later, doelloos zittend in de Dôme, starend naar de zonnige grijze huizenblokken, de groene platanen, het standbeeld van Balzac, ook hier de wolken die langzaam dreven door puur, puur blauw. (105)

705
Het stormt, regent en hagelt onophoudelijk. En ik dacht: als hij me zag, rennend tussen de plassen, spetterend in de nacht, in de koude storm, bij het licht van de schaarse lantarens en een spookachtig witgerande wolk op een inktzwart hagelfront; als hij me zag schuilen achter de muur van een aardappelpakhuis, met de lucht van schimmel en schoten, met de borrelende regenpijpen en het geraas van de volkomen ontbladerde populierenkruinen. (123)

706
Onder de wolken een koele, als lichte regen neervallende geur van pijnbomen. (154)

Elke dag schrikkeldag

Inleiding voor mijn boek ‘Schrikkel 2012. Beelden en verhalen uit een schrikkeljaar’. Intekenen kan nog tot 31 augustus. Zie hier voor meer informatie. 











Dit boek is een spin-off van de blog ‘Pascal Digital’, opgezet in juni 2004 en inmiddels uitgegroeid tot een omvangrijk archief van foto’s, boek- en filmrecensies, fietsverslagen, beschouwingen over politiek en media, tekeningen, scans van boodschappenlijstjes, enzovoort. Alles blijft consulteerbaar. Heel wat mensen beleven daar samen met mij plezier aan en uiteraard bent ook u welkom op pascaldigital.blogspot.be.

Het idee achter de reeks ‘Schrikkel 2012’ is zeer eenvoudig: elke dag een beeld met een verhaal vinden en daar de nodige discipline voor opbrengen. Gemakkelijker gezegd dan gedaan, zeker in het begin want dan moet je de ‘gewoonte’ aannemen om dingen te zien die in aanmerking kunnen komen. Dat moeten dingen zijn die een beetje opvallen – en dat doen ze door uit de pas te lopen, af te wijken van het ‘normale’, te verrassen. Door je – in zekere zin – aan het schrikken te brengen. Elke dag schrikkeldag in het schrikkeljaar 2012.

Ik werd in het aannemen van die ‘gewoonte’ in aanzienlijke mate geholpen door de deugddoende ervaring dat ik dingen begon te zien die anders ongetwijfeld aan mijn aandacht zouden zijn ontsnapt. Het leven, ook het doodgewone dagelijkse leven, wordt er rijker door, voller, ja zelfs zinvoller. ik ervaar dat eigenlijk al sinds ik een tiental jaar geleden begon met ‘ernstige’ fotografie, maar de koppeling aan een verhaal (ik gebruik ‘verhaal’ voor ongeveer alles tussen loutere beschrijving en bespiegeling) maakte deze ervaring nog intenser.

Op de duur zat het werken aan de schrikkelrubriek in mijn vingers – het werd een automatisme. Naarmate het jaar vorderde, dreigde het zelfs een routine te worden. En diep in december ontaardde de discipline – ik moet daar eerlijk over zijn – soms tot een karwei. Het schrijven van de laatste afleveringen kostte me moeite en enkel het plan om van de reeks dit boek te maken kon me motiveren om mijn inspanning tot het eindpunt door te zetten.

Rubrieken voor een blog moet je regelmatig afwisselen. De jaarwisseling vormt daartoe een goede gelegenheid. Daarom startte ik de nieuwe rubriek ’13 in z/w’: elke dag van 2013 een zwart-witfoto. Misschien komt daar ook een boek van. We zien het wel. Een boek is toch altijd iets tastbaars. Op papier ogen de foto’s mooier, en lezen de teksten makkelijker, dan op een scherm. En de overwinning op de tijd die je met een boek boekt, is groter. Het spoor dat je achterlaat kan beter analoog zijn.

Hopelijk laat u zich door de foto’s en teksten in dit boek ook een paar keer opschrikken.

Pascal Cornet

23 augustus 2013

3322

P. - 130509

3321

130509

donderdag 22 augustus 2013

reactie


Misschien is dit wel iets voor: Ton Lemaire.

13 in z/w 207

Brugge, Ezelstraat

13 in z/w 206

M.-A. en J.

facebookbericht 406

Eergisteren op het radionieuws (bij het binnenrijden van België, na twee weken Cevennen): ‘Het gaat beter met de natuur in ons land.’ We spitsen de oortjes en zijn benieuwd naar het vervolg. Blijkt dat de vooruitgang bestaat uit een vertraging van de achteruitgang. Oeps. We dieselen verder huiswaarts.

los ingeslagen 107

17 juni 2013

Bij Proust gaat het hierom: de ontdekking van het eigen schrijverschap als remedie tegen het verdriet dat wordt veroorzaakt door het onvermogen echt gelukkig te zijn, door het onvermogen om echt lief te hebben – want die twee, gelukkig zijn en echt liefhebben, zijn bij Proust synoniem. En echt liefhebben, de volle vreugde van de liefde, kan alleen als de liefde wordt beantwoord. Het onbeantwoord blijven van zijn (talrijke, homoseksuele) liefdes is in het leven van Proust een hardnekkige constante.

Beantwoord of niet, de liefde mondt altijd uit in onverschilligheid. Het object (voorwerp) van de liefde laat op den duur koud, of laat het afweten, of verdwijnt. Bijvoorbeeld door de dood. William C. Carter toont – in Proust verliefd – overtuigend aan dat Proust zijn door hem aanbeden chauffeur/vliegenier Alfred Agostinelli in zijn roman heeft gepersonifieerd in de figuur van Albertine. Net als Agostinelli, die verongelukt met een vliegtuig, sterft ook Albertine veel te vroeg. Het onvermijdelijke lot van deze liefde is dat het verdriet om de dood van de geliefde verglijdt in onverschilligheid en uiteindelijk in vergeten. Dat is de uiteindelijke mislukking van elke liefde: zij vermag de vergankelijkheid en de dood niet te overwinnen. Maar waar de liefde faalt, slaagt de romanschrijver: ‘de herinneringen aan de mensen van wie we hebben gehouden en de gelukkige dagen die we samen hebben doorgebracht, kunnen als een kostbaarheid worden bewaard in een roman’ (176). Dat is de ware betekenis van het leven en van de kunst van Proust (en van vele andere kunstenaars): de dood tijdelijk te overwinnen. Tijdelijk, uiteraard, want geen enkel kunstwerk zal de eeuwigheid veroveren. Maar toch een beetje, soms. De herinnering aan de mensen die ons zijn ontvallen, vervaagt al vlug: we vergeten hen na een paar jaar (als we al niet veel eerder tot de orde van de dag zijn overgegaan, zo gaat het nu eenmaal). Sommige kunstwerken daarentegen waarin wij diegenen die ons vroegtijdig zijn ontvallen ‘vereeuwigen’, verdwijnen na hooguit een eeuw. (Maar het overgrote deel  wordt veel eerder versnipperd, verpulverd of meegegeven met het oud papier, of loopt voorgoed verloren in een van onze digitale waanwerelden).

3320

Oostduinkerke - 130504

3319

Oostduinkerke - 130504

woensdag 21 augustus 2013

3318

Sint-Michiels, Hoog-Brabantlaan - 130504

3317

Brugge, Wollestraat - 130504

donderdag 8 augustus 2013

dienstmededeling

U herinnert zich misschien nog de reeks 'schrikkeljaar 2012' op deze blog. U kunt de hele reeks daar nog steeds bekijken en nalezen. Maar misschien zou u liever eens dat schrikkeljaar doorbladeren. Dat kan want ik maakte, geholpen door de internetservice Blurb, het boek 'SCHRIKKEL 12'. Het meet 20 bij 25 centimeter, telt bijna 400 bladzijden en bevat plusminus 480 foto's en evenveel teksten.

Ik liet een proefversie maken, u ziet haar op de foto hiernaast. Op basis van deze proef bracht ik nog een aantal verbeteringen aan en nu sta ik op het punt een definitieve versie te bestellen. Maar ik kan er zoveel bestellen als ik wil, dus geef ik u de gelegenheid om in te tekenen.

De aanmaakprijs is plusminus 85 euro per exemplaar. Ik bepaal de intekenprijs op 100 euro - inclusief thuisbezorging. Voor verre adressen wordt eventueel de post ingeschakeld.

100 knotsen, dat lijkt veel, en dat is het ook. Maar als u het boek als een waardevol document zou beschouwen, aangemaakt in een beperkte oplage, is het dan weer niet zo veel, zeker als u het vergelijkt met de prijs van een ingelijste tekening of een foto die u aan de muur zou hangen. Of met een etentje met z'n tweeën in een al wat beter restaurant.

Nu, wat er ook van zij, voelt u zich vooral niet verplicht. Beschouw deze aanbieding als een vrijblijvende service.

Intekenen kan voor uiterlijk 31 augustus op pascal punt cornet at pandora punt be. Ik plaats mijn bestelling bij Blurb op 1 september, en dan duurt het nog een week of twee, drie. Leveren kan dus vanaf eind september. Vermeld hoe en waar u het boek wenst te ontvangen. Betaling gebeurt cash bij de levering. Het intekenen is wel bindend, gezien de hoge, vooraf door mij te investeren aanmaakprijs. Dank voor uw begrip daarvoor.

Nu vertrek ik voor een paar weken op vakantie. Ik ben benieuwd naar uw reactie.

13 in z/w 205

Lede

13 in z/w 204

Ruiselede

13 in z/w 203 / mirage 74

Sint-Andries, wachtzaal tandarts

wijsheden van pipo cornetto



27

Volwassen ben je pas als je je ouders hun fouten niet meer aanrekent.

28

Deze door kinderen geregeerde tijd is geen goede tijd voor kinderen.

3316

Brugge, aan het Begijnhof - 130504

woensdag 7 augustus 2013

facebookbericht 405

Ik heb ooit - met de auto - een kat doodgereden. Een katje, voor de ogen van zijn of haar moeder, die ik in de achteruitkijkspiegel zag toesnellen. Ik vergeet nooit het gevoel van de auto die over dat kleine beestje gaat, en de ontzetting bij mezelf achteraf. Toen dacht ik ook, hoe groot moet die ontzetting zijn als het geen kat is maar een kind. En onlangs zag ik een dode blauwe reiger. Majestueus, voorgoed lamgeslagen.

de wereldgeschiedenis in 100 voorwerpen 7


(gebaseerd op Neil MacGregor, Een geschiedenis van de wereld in 100 voorwerpen)

De minnaars van Ain Sakhri, Judea (11.000 jaar oud)

Landbouw brengt voorraden. Ook aan tijd
om aan iets anders te denken. En waar denkt
een jager aan als hij eindelijk de tijd heeft
om over iets na te denken? Juist, goed geraden.

Een echt paar in verstrengeling. Geslacht,
gemeenschap. De weg van lust en drift naar
zacht en teder wordt hier betreden. Maar
de interpretatie is voortvarend. Luister!

Die vroege sedentair zou zijn rolkei met voor-
bedachten rade hebben omgevormd tot een
polyinterpretabel-multidimensionale representatie
van zijn preferentiële vrijetijdsbesteding: seks.

Draai je de kei zus en dan weer zo, krijg je achter-
eenvolgens te zien: vagijn en roede – en dan opnieuw
het vrijend stel. Tja. Het valt maar te bezien hoe je
het bekijkt. Zou het zo bedoeld zijn? Dat lijkt kras.

Maar het beeld vertelt wél hoe het vroeger was:
precies als nu. Evengoed te zien in deze omhulling
zijn de lust, de wanhoop, het aan elkaar over-
en uitgeleverd zijn, het zoeken van een korte troost.



3315

Brugge, Katelijnevest, S. en V. - 130504

dinsdag 6 augustus 2013

mijn woordenboek 359


ARCADISCH


Waaruit is het dat ik ben verjaagd? Wanneer is dat gebeurd? En wil ik nog terug? Zou het kunnen? Zoveel is zeker: ik ben er ooit geweest. Of laat ik mij dat denkbeeld opspelden: et in arcadia ego? Wat er ook van zij, het is iets van lang geleden, iets vers. Of is het niet meer dan een belegen verhaal? Een mythe, die elk van ons nu eenmaal koestert omdat het onze levens ordent? De oorspronkelijke harmonie, de verstoring – en dan: hoe met die verstoring om te gaan. Kindertijd, puberteit, volwassen leven. Wat zou Arcadië voor mij kunnen geweest zijn – en laat ons het niet hebben over de gedachteloze koestering tegen de moederborst aan of, nog verder en fundamenteler, de schier oceanische kabbeling in het duistere vruchtwater van de moederschoot want dat schurkt me net iets te dicht tegen het plantaardige aan, daar kunnen we niets mee aanvatten. Dat is prepsychologie. Neen, ik heb het over een Hof die ik ooit als individu mocht betreden, toerekeningsvatbaar en verantwoordelijk. Een Tuin van Onbegrensde Mogelijkheden die afgebakend was in tijd en ruimte en, zoals dat hoort in een tuin, overzichtelijk. Toch voor een tijdje. Tot er een storm doorheen ging, minstens ten dele een hormonale storm – en alles lag uiteen, was voorgoed onwedersamenstelbaar, definitief onrecupereerbaar. De oorspronkelijke eenheid ging verloren, ik viel ten prooi aan wat ik ooit iemand zeer poëtisch ‘de wezensfractuur’ heb horen noemen. Een en ander was nog mogelijk, dat wel, maar lang niet álles meer. Er was verlies, er was schuld. Schade. Een eerste vermoeidheid ook. En het zou decennia duren vooraleer de arcadische rust, of een rust die aan het arcadische deed denken, een arcadische reminiscentierust, zou terugkeren.

getekend 103


reactie


Wat  jouw mond niet zeggen kan, zeggen tulpen



13 in z/w 201

Havelange

13 in z/w 200

Brugge, Filips de Goedelaan

3314

Brugge, Meifoor - 130501

maandag 5 augustus 2013

zondag 4 augustus 2013

reactie

Beste Pascal,

U kocht (of beter: u kreeg) vandaag een ticket voor de liefdeseditie van het kunstenfestival in Watou.
Ik maakte me aan het onthaal in het Douviehuis kenbaar als een lezer van uw weblog.
U vroeg me hoe ik daar ooit terechtkwam.
Ik ging op zoek.

Het zou kunnen dat ik via het Perenblog kwam aangewaaid: hij leest u en u leest hem.
Verder deelt u met Peren alleszins de liefde van het categoriseren en het verzamelen van zinnen (hij bliksems / u wolken).
Het is ook die fascinatie voor het indelen in categorieën die me -- behalve de inhoud natuurlijk -- zo aantrekt in uw weblog.

Ik droomde er altijd van (en droom er nog steeds van) om wat ik interessant vind op één plek samen te brengen.
Dingen die ik wil onthouden -- dingen waarover ik wil nadenken en schrijven -- en dit alles ingedeeld in een aantal categorieën. Een soort hypomnemata.
Verschillende malen trachtte ik dit te bereiken. Soms een papieren versie, dan weer online. De juiste vorm heb ik echter nog niet gevonden.

Ik had ooit een website (Alles stinkt een beetje en daarvoor Verwoord) en richtte in 2008 kortstondig het online tijdschrift Kosmose op.
Nu ben ik op het wereldwijde web enkel vertegenwoordigd door www.charlottepeys.be: een online portfolio van mijn werk als illustrator (in juni 2014 studeer ik af).
Verder hou ik op dit moment een Tumblrpagina bij met alles wat ik in het kader van mijn masterproject interessant vind (http://zondereigen.tumblr.com) en ben ik van plan binnenkort het stof van http://vrijblijvendvoorstel.wordpress.com te blazen.

Ik ben benieuwd wat u straks te vertellen heeft over de dingen die u op het parcours in Watou tegenkwam.

Vriendelijke groet,


- charlotte

13 in z/w 199

Brugge, Komvest

13 in z/w 198

L.

13 in z/w 197


los ingeslagen 106


16 juni 2013

Deze voormiddag boekenmarkt op de Recollettenlei in Gent. Het treurige van het oude boeken van de hand proberen te doen, ik ga het hier niet evoceren. Ook niet van het afpingelen door de schaarse klanten. Op het eind, toen bleek dat we nog maar eens dozen vol nutteloos geworden boeken naar huis gingen moeten slepen, hebben we wat we echt niet meer wilden hebben cadeau gedaan aan onze buurman-voor-de-gelegenheid, André P., ooit galeriehouder van De Rode Pomp en nu zichtbaar in mindere doen. Hij was dolgelukkig, ontroerd zelfs – en wij content dat hij content was.

Al bij al was het geen vruchteloze tocht. We keerden, ná onze milde schenking, met een derde van de boeken terug, met zevenhonderd euro in de pocket (S. had van haar hart een steen moeten maken om vierentwintig delen van de reeks Univers des Formes voor een appel en een ei maar toch nog altijd voor meer dan wat ze bij een antiquariaat ervoor zou kunnen vangen van de hand te doen (nieuwprijs om en bij de 170 euro per deel, hier verkocht voor nog geen 20!)) – en mét de herinnering aan een paar fijne ontmoetingen.

Zo zag ik J.-C. S. terug – en dat was wel een tijdje geleden, om precies te zijn ongeveer 28 jaar. Hij zag er nog precies zo uit als destijds – wat meer van de rimpelclub, dat wel, maar toch. Enfin, hij zag eruit als een iets oudere versie van de jongeman die ik destijds in Leuven heb gekend en naar wie ik toentertijd opkeek. Ik zei het hem, ja, het was zelfs een van de eerste dingen die ik hem zei onmiddellijk na onze hartelijke omhelzing: ‘Ik heb veel van u geleerd’. (Ik zei ‘u’.) En dat méénde ik ook – al zou ik niet goed kunnen omschrijven wat het dan precies was dat ik van J.-C. S. had geleerd. Het moet iets te maken hebben gehad met het geloof in eigen kunnen, met een soort van trotse autonomie die ik in het gezin waarin ik was opgegroeid en in de middelbare school waar ik zes jaar mijn broek had versleten niet had meegekregen, met de waarde van een eigen stijl ook, in de manier van praten en in het voorkomen. J.-C. is psychoanalyticus nu, hij is daarmee in de voetsporen van zijn vader getreden. We praatten lang, we hadden het over zijn vak, onder meer over het feit dat met de crisis het aantal patiënten tot een derde is teruggelopen. J.-C. realiseerde zich ook wel dat het een luxeaangelegenheid blijft, en hij vroeg zich af of hij zich niet toch minstens één dag per week met socialere vormen van therapie moest bezighouden. Hij splitste, als onverbeterlijke theoreticus, de wereld op in psychoten en neuroten. De mensen hebben geen zin voor privacy meer, ze exhiberen zich, ze zijn pervers. Hij gebruikte een woord (‘topiek’) dat mij cruciaal leek in zijn wereldvisie maar dat ik niet begreep. Ik vond het niet het moment om hem meer uitleg te vragen.

Terwijl we praatten, liet S. een briefje van twintig euro in de Ajuinlei waaien. Het geld bleef drijven. Ik riep een van de passerende kanovaarders aan en die was zo vriendelijk het briefje voor ons op te vissen. Aan de andere kant van de lei was er, bij de brug van de Voldersstraat, een trap die tot het water leidde en daar kon ik het briefje in ontvangst nemen. ‘Heb je hem een fooi gegeven?’ vroeg een andere kayakker nog. Dat had ik niet, waarom zou elke goede daad meteen betááld moeten worden?

Ik hervatte het gesprek met J.-C. We haalden wat herinneringen op aan zijn vader. S. ging een kop koffie ging halen in de Ierse pub. ‘Die paalt aan de achterkant van mijn ouderlijk huis,’ zei J.-C. ‘De eigenaar van de pub heeft ons huis opgekocht en heeft er een hotel van gemaakt.’ Ik herinner mij het huis, ik ben er ooit één keer geweest en het maakte toen een sterke indruk op me – in die mate dat ik later enkele details gebruikte in een verhaal dat ik ‘De kaakslag’ noemde en dat nu nog altijd ergens in een map steekt: de kunstcollectie, de trapzaal, de met boeken gevulde kamers van professor S. spelen er een rol in. Ik zal het nog eens opdiepen.

driekleur 124


Vage dingen, zwart-wit tv-dingen. Toen ik opgroeide was Vietnam een achtergrondkleur van het leven, als rood of blauw of goud – het kleurde alles.


Douglas Coupland, Generatie X, 203

3312

Brugge, Meifoor - 130430

zaterdag 3 augustus 2013

vrijdag 2 augustus 2013

3310

Brugge, Predikherenstraat - 130428

donderdag 1 augustus 2013

3309

Brugge, Dijver - 130428