vrijdag 31 augustus 2007

37 * 30,47 * 1347

In het kanaalwater achtereenvolgens: een dode dobberende vis van wel een halve meter, een lege dobberende plastic fles, een dobberend stuk piepschuim. Op de radio, die ik met me meevoer en dan ook beluister (het zou anders geen zin hebben, dat meevoeren), Lieven Vandenhaute, die zijn best doet om op een olijke manier over cultuur verslag uit te brengen en zodoende op zijn manier ook dobbert, een paar liedjes die ik tof vind, en dan ook nog ‘Crimson and Clover’ van Tommy James & The Shondells en ‘And Then She Kissed Me’ van The Beach Boys, dat zijn twee liedjes die ik nooit tof heb gevonden en ook nooit tof zál vinden. Na het keerpunt, tot waar ik tegen de zeewind in heb gereden, volgt het gemakkelijke deel: ik haal snelheden van tegen de veertig per uur – which was nice. Een koppel patrijzen maakt bij het opvliegen een geluid dat mij eerst (wanneer ik de vogels nog niet heb gezien) doet denken dat ik vooraan een klapband heb. Wanneer ik opnieuw het kanaal bereik, maar nu aan de overzijde, de noordkant, verneem ik via sms dat ik nooit een Luikse wafel in Gent moet kopen.

Uit het nieuws

Twee berichten in het radionieuws van vanavond trekken mijn aandacht. Of drie eigenlijk, als ik er de vaststelling bij neem dat er meer aandacht wordt besteed aan de Taliban-aanslag in Afghanistan waarbij vier Belgen ‘licht gewond’ raakten dan aan een andere aanslag in hetzelfde land vandaag, die tien mensen het leven kostte. Niet dat die Belgen meer aandacht krijgen dan die Afghaanse sukkelaars verbaast mij, ik maak mij alleen de bedenking dat de tiendodenaanslag zonder de Belgische schrammen wellicht niet eens het nieuws zou hebben gehaald.

Het eerste van de twee andere berichten dat mijn aandacht trok, was dat de Belgen niet meer zoveel sparen, tegenwoordig. Een paar jaar geleden legden ze tot een vijfde van hun loon opzij, nu is dat nog ‘amper’ veertien procent. Dat is op zich niet van aard om als een weerhaak in mijn hersenweefsel te blijven hangen. Maar de verklaring die hiervoor wordt gegeven, intrigeert mij wél. ‘Een groter vertrouwen in de overheid, die haar schuld heeft teruggedrongen.’ Kijk, ik consumeer als antikapitalistisch, milieubewust en op het krenterige af spaarzaam mens zo weinig mogelijk, dus zal ik wel altijd evenveel kunnen sparen, maar mocht ik nu ineens méér gaan consumeren en dus minder sparen, dan zou ik het niet toen omdat ik de overheid meer vertrouw maar wel – en ik vraag me af waarom in godsnaam die reden niet wordt genoemd – omdat de banken mijn spaarzaamheid met een schandalig lage rente belonen, een rente die zo laag is dat het loont om je geld zo snel mogelijk uit te geven want de inflatie ligt hoger waardoor je geld op de bank minder in plaats van meer waard wordt, waardoor sparen eigenlijk uitermate dom is en wij uit het bericht van vandaag dus kunnen afleiden dat de Belgen slimmer aan het worden zijn. (Dat de meeste banken regelrechte schurken zijn, bewijst overigens het nieuws van een paar dagen geleden, toen uitlekte dat een paar van die instellingen hun klanten die in het rood waren gegaan daarvoor een te hoge kost hadden aangerekend en nu weigerden om de voor dat geval afgesproken boete uit te betalen – maar dat terzijde.)

Het tweede bericht ging over de malafide Belgische ambassadeur in Parijs. Dat die man – Franstalig, excentriek, een vleesgeworden parvenu, kortom alles waar de hardwerkende en eerlijke Vlaming op schijt – er sjoemelpraktijkjes op na houdt, ach, welja, er zijn ergere dingen in het leven, nietwaar. ’t Gaat om een paar duizend euri, dus wie ligt daar van wakker? We moeten daar ook niet te nauw op toezien, vind ik. Misschien is die kerel wel een hele goeie diplomaat, die ons koninkrijk voortreffelijk representeert bij die lepe fransozen, die nu eenmaal enkel met dure dineetjes, voluptueus vormgegeven dames en sjieke karren te paaien zijn. Werkingskosten, zou ik zeggen. Neen, wat mij frappeert (en de term wordt hier niet in gastronomische zin aangewend) is het anonieme interview, mét stemvervorming alstublieft, dat werd gegeven door een student die het voorrecht heeft om – wellicht goedkoop, toch zeker naar Parijse maatstaven – gebruik te kunnen maken van de huisvestingsfaciliteit van de instelling waarvan de raad van bestuur wordt voorgezeten door de gelaakte ambassadeur. Deze student verwonderde zich over de vreemde investeringen die bij het onderhoud en de aankleding van het gebouw werden gedaan, en over de uitbundige uitgaven op de feestjes die er door de ambassadeur werden aangericht. Feestjes waar hij dan wel, en blijkbaar zonder morren, al verschillende keren zelf aan had deelgenomen. De ambassadeur – Franstalig en excentriek – was er in een wit pak verschenen, en had – horresco referens! – zelfs eens een luxelimousine ingehuurd om een gast naar een van de ‘exclusieve’ clubs van de Lichtstad te transporteren. De journaliste die het nieuws voorlas, kondigde dan ook het onderwerp af met de mededeling ‘tot zover het nieuws over de braspartijen van onze ambassadeur in Parijs’.

Dag 1 van verhoogde helderheid en concentratie

070820 -

Eenzaamheid is een kwestie van trots; de mens trekt zich hooghartig in zijn wereldje terug. De ware dichter zit altijd met hetzelfde probleem. Als hij een hele tijd gelukkig is, dan wordt hij banaal. En als hij een hele tijd ongelukkig is, dan kan hij in zichzelf de kracht niet vinden om zijn gedichten levend te houden…

Orhan Pamuk, Sneeuw, 141

Il se dit à lui-même ce que tous nous nous disons souvent en de semblables époques d’égarement: ne te préoccupe pas du monde! Tu ne peux le changer, le rendre meilleur. Occupe-toi de toi-même, sauve en toi ce qui est à sauver. Pendant que les autres détruisent, construis, tente de rester seul raisonnable au sein de la folie. Isole-toi. Construis-toi ton monde à toi.

Stefan Zweig, Montaigne, 96-97

Het is natuurlijk door met Montaigne bezig te zijn, dat de passage bij Pamuk mij opvalt en bijblijft. Sneeuw is namelijk, als roman, oeverloos genoeg om in een seconde van onnadenkendheid over zoiets heen te lezen.

Maar goed. Pascal, de denker, vond Montaigne een eenzelvige egoïst. Zweig doet alles om rond dat verwijt heen te fietsen en de nukkige niersteenlijder uit de Périgord te loven voor zijn heroïsche ijver in het zelfonderzoek. Zweigs pleidooi overtuigt maar half. Er valt wat voor te zeggen, voor een leven van introspectie ver van de wereld – met een absoluut meesterwerk, de Essais, als return voor deze zichzelf gegunde luxe – maar het gloedvolle en glansrijke comfort van de ivoren toren, niet te verwezenlijken en in stand te houden zonder een bevoorrechte maatschappelijke positie en een goedgevulde portemonnee (‘la caisse bien remplie’), lijkt onvermijdelijk te worden verduisterd door een waas van defaitisme en misantropie – door een scepticisme dat Zweig al te vergoelijkend een diep humanisme noemt.

1143 / Montaigne 3

donderdag 30 augustus 2007

Het staatsbestel

Le Soir bracht al op 30 maart 2007 de oplossing voor de huidige impasse in het formatieberaad:


WELDRA ZAL ER GEEN SPRAKE MEER ZIJN VAN SEPARATISME…
Vlamingen, Walen, Brusselaars: veel hebben we met z’n allen niet te betekenen als het over de klimaatswijziging gaat. Het wordt tijd dat we ons realiseren dat onze toekomst afhankelijk is van de toekomst van onze planeet.’
De Belgische eilandengroep in de ‘Océan du Nord’ voor de kust van Frankrijk heet ‘Archipel du Heuvelland’, het eiland tussen deze archipel en het ‘Presqu’île de Bruxelles’ is het ‘Île de Grammont’.

1142 / Montaigne 2

Montaigne 1

woensdag 29 augustus 2007

Terugblik 372 / 1000

De kadrering heb ik aangepast in functie van de vorm van het binnenraam. De vrouw die bezig is in de keuken en het schilderij op de achtergrond, zelf ook weer een frame, zorgen voor een coulisse-effect. Dat alleen de geschilderde vrouw de fotograaf aankijkt, sorteert een dramatisch effect. De man op de voorgrond lijkt zijn gesprekspartner aan te kijken, een gesprekspartner die niet de fotograaf kan zijn. Toch was dit niet zo. De man sprak met de fotograaf, maar keek op het ogenblik dat die afdrukte een andere kant op. De zalmkleurige muren doen een onwezenlijk rood ontstaan. Enkel het blauwe schroefdopje op de binnenraamrand, het dopje van een fles Spa, wijkt af van dit onwezenlijke kunstlichtpalet. Ik had dat dopje niet opgemerkt bij het afdrukken, en overwoog zelfs om het bij het ‘ontwikkelen’ weg te photoshoppen. Nu ben ik blij dat ik dit niet heb gedaan want in zijn blauwigheid, net discreet genoeg om niet meteen in het oog te springen, zorgt dat ene dopje in deze zee van rood voor een aangenaam contrapunt. Zonder dat ene, toevallige, blauwe dopje was deze foto ongetwijfeld in de vergetelheid verdwenen.

1141 / Frontenac 6/6

1140 / Frontenac 5/6

1139 / Frontenac 4/6

Frontenac 3/6

dinsdag 28 augustus 2007

51 * 27,65 * 1310

Kwart over zeven was de afspraak aan de kerk van Kristus-Koning. Eigenlijk vertrekken we te laat, ik wist niet dat het al zo vroeg donker werd deze tijd van het jaar – kun je nagaan hoe nauw mijn band met de natuur deze dagen is. 50 kilometer en 1 3/4 uur later is lichtloos fietsen niet echt meer veilig. We volgen de Bredunia-route, maar veel van het mij omringende landschap zie ik niet want 1. P en ik kletsen honderduit en 2. de zonnebril op mijn neus is wel geschikt om muggen en vliegen de toegang tot mijn ogen te ontzeggen maar niet om, bij een ondergaande zon, voldoende licht tot mijn netvlies te laten doordringen, zodat ik van het mij omringende landschap maar weinig opvang. Waarover we het hebben? Ja, over foto’s natuurlijk, en over bloggen, en over de reizen die we de voorbije zomer gemaakt hebben, hij naar Canada en ik naar Schotland en Frankrijk, en over een akkefietje met gerechtelijke aftakkingen, enzovoort. En ondertussen zie ik toch wat gevogelte: tot twee keer toe een vrouwtjesfazant (die de voor haar bestemde kogel niet zal ontlopen), en een troep kauwen als muzieknoten op de elektriciteitsdraden, en twee krassende reigers die naast elkaar opvliegen en allebei tegelijk zwenken maar naar elkaar toe zodat ze als twee stuntvliegers die slecht hebben afgesproken bijna in elkaar haken. Tot twee keer toe kruist een solitaire haas onze weg, de tweede opvallend traag of, anders gesteld, met een onhaasachtige snelheid. Hazen, overigens, zijn altijd solitair.

1138 / Frontenac 2/6

1137 / Frontenac 1/6

zondag 26 augustus 2007

Dienstmededeling

Door omstandigheden van technische aard kan ik deze blog voor dinsdag, denk ik, niet aanvullen.

vrijdag 24 augustus 2007

1135 / En passant 5

En passant 4

Mijn woordenboek (162)

AFBETALING

Je hebt twee soorten mensen: zij die de nog niet afbetaalde auto of het nog niet afbetaalde huis waarmee ze rijden c.q. waarin ze wonen het hunne noemen, en de anderen, een minderheid, die dat niet doen. Ik behoor, stel ik niet zonder enige ijdele genoegdoening vast, tot veel minderheden, en ook tot deze. Ik ben van oordeel dat er in beide gevallen, huis of auto, pas van bezit sprake kan zijn als álle schulden zijn afgelost, en derhalve dat het pas geeft bescheiden om te springen met eigendomstitels zolang dat niet is gebeurd.

Wie afbetaalt, staat in het krijt, heeft schuld. Dat is, wellicht niet toevallig, behalve een economische ook een morele notie. Is het zondig een lening aan te gaan? (Ik bedoel van de kant van de lener: de woekeraar, die zijn geld met nietsdoen verdient, vind ik sowieso schuldig, in de morele zin – maar dat betekent niets want hij maalt daar niet om en dat is, vanuit zijn standpunt gezien, dat economisch is en geenszins moreel, zeer begrijpelijk en zelfs terecht want malen om niets is, economisch gesproken, tijdverlies.) Het enige zondige dat ik in het aangaan van een lening kan ontwaren, is dat de ontlener zich met die lening iets wil toe-eigenen wat hij zich normaal gezien niet zou kunnen veroorloven. Hebzucht. Maar je moet toch wonen? Dat is waar. Het lijkt derhalve niet moreel verwerpelijk om geld te lenen om een huis te kunnen kopen. Misschien wel als men er zich een wil aanschaffen dat veel te hoog geprijsd is. (Maar wat is een billijke prijs?) Een autolening aangaan is, omdat autorijden ten enenmale altijd te vermijden valt, moreel gesproken een heikelere aangelegenheid. Is de bestuurder die met een nog niet volledig afbetaalde auto op weg naar de bakker een kind doodrijdt schuldiger dan de bestuurder die, op hetzelfde traject, met een volledig afbetaalde auto een dergelijke calamiteit veroorzaakt?

Economie en moraal: ze passen op elkaar als een tang op een varken.

Terzijde: hypocrisie is geen katholieke exclusiviteit. Gisteren hoorde ik van een islamitische bank die iets gevonden heeft op het Koranverbod op intrest. Intrest heffen op een lening mag daar dus niet. Geen bank die daar beter van wordt, ook geen islamitische bank. (Economisch beter, welteverstaan.) De islambank heeft er iets op gevonden: zij koopt zelf het huis, en verkoopt het dan met winst aan de kandidaat-eigenaar. Dat mag wel. De kandidaat-eigenaar betaalt de volledige kostprijs van het huis in schijven af, en van rente is in deze constructie geen sprake. Simple comme bonjour.

1134 / En passant 3

En passant 2

donderdag 23 augustus 2007

1133 / En passant 1

Entre-deux-Mers 3

Entre-deux-Mers 2

1132 / Entre-deux-Mers 1

Overschrijven (69)

Vaak genoeg

als ik je maar vaak genoeg
vertel hoeveel ik vreemd droom
vergeef je ons dan onze
zonde echt wordt het nooit
zo waar als ik het hier opschrijf
zoals je iemand die je dood
gedroomd had ook gewoon
overdag gedag zegt zonder
overdreven vreugde maar toch
ik miste iets in de onbeleefde nacht

Bärbel Geijsen, Zoute veren (De Bezige Bij 2007), 37

donderdag 9 augustus 2007

1125 / Edinburgh 4

Overschrijven (68)

Niet datgene wat wij beminnen, nemen wij waar, want liefde maakt blind. Wat wij waarlijk zien, dat zijn onze tegenstanders. De loutere wandelaar is een contemplatieve. Hij projecteert zich zelf in de hem omringende natuur en vermenselijkt deze. Hij hoort de vogels ‘zingen’, het riet ‘fluisteren’ en hij ervaart het late licht van de stervende dag als melancholiek. Maar vogels zingen niet, evenmin als riet fluistert of de dag sterft. De zon gaat gewoon onder. Dit alles zijn menselijke projecties. De jager heeft met deze gewaarwording niets te maken. Hij beschouwt de natuur, of althans dat deel ervan waarmee hij zich bezig houdt, als zijn opponent. Ziedaar de gesteldheid om er iets van te ondergaan. Hij is gericht op een doel en ervaart de hierboven beschreven belevenis dus terloops. En nu is het mijn mening, dat wij alleen de dingen die wij zijdelings en eigenlijk gespannen op iets anders ondergaan, werkelijk tot onze ervaringen behoren. Zij worden, juist omdat wij er geen aandacht aan schenken, niet gedeformeerd, maar blijven in hun oorspronkelijke waarde. Daarom zijn jeugdherinneringen zo onuitwisbaar. Er is door de bewustheid niet aan ‘geknoeid’, zij zijn maagdelijk gebleven. Ook de jager is dit. Hij sluipt achter een hert aan en al het andere wordt hem als ‘toegift’ geschonken. Hij denkt niet: wat zijn die berkjes mooi, want daar heeft hij eenvoudig de tijd en de aandacht niet voor. Hij is deel van dit mooie, hij is in de hem omringende onbewustheid ook zelf een onbewuste. De schoonheid wordt hem, zoals de oude evangelie-vertaling het zo treffend uitdrukt, als het ware ‘toegeworpen’, omdat hij iets anders zoekt. Dit kinderlijk ondergaan is waarlijk ‘contact’ met de natuur, zoals ik vermoed dat ook boeren en herders dit hebben. Het is een werkelijk ‘beleven’, juist omdat men er niet op uit was.

Godfried Bomans, ‘Tres faciunt collegium’, in: Van de hak op de tak (Elsevier, 1965), 117

1124 / Edinburgh 3

woensdag 8 augustus 2007

1123 / Edinburgh 2

Edinburgh 1


Arthur's Seat, een vulkanisch massief, waakt over de stad - volgens de reisgids (een boek) 'op een vriendelijke manier'.

Overschrijven (67)

Schoonheid is de naam van iets dat niet bestaat
En die ik aan de dingen geef in ruil voor het genot, dat zij mij geven.

Fernando Pessoa, Gedichten (vertaling August Willemsen, De Arbeiderspers, 1982²), 97

Het is alsof alles wat mensen aanraken besmet wordt: dingen die op zich goed en mooi zijn, bederven wanneer ze in onze handen komen.

Michel de Montaigne, Essays (vertaling Frank de Graaff, Boom, 1993), 241

1122 / Schotse wolken 3

Schotse wolken 2

dinsdag 7 augustus 2007

1121 / Schotse wolken 1

39 * 27,14 * 1214

Mocht ik in een iets betere conditie verkeren, ik zou niet aarzelen om de uitdrukking ‘het aangename aan het nuttige paren’ te gebruiken – hoewel, een paar cd-roms per fiets naar Beernem brengen in plaats van met de auto is bij dit weer nu ook weer niet echt onaangenaam. De start verloopt nochtans niet zo voorspoedig. Aan het ‘Bloedput’ genaamde kruispunt valt – niet door mijn schuld maar wel door mijn toedoen – bijna een oud mannetje die op z’n koersfiets gezeten zijn voeten in van die ouderwetse pedaalhaken aan het murwen was en daarbij danig van zijn lijn afweek. Hij valt dus níet, maar ik wacht hem desalniettemin op om mij van zijn goede gezondheid te vergewissen, en mijmer de volgende kilometer over de voors en tegens van klikpedalen en pedaalriempjes. Langs het kanaal naar Gent sta ik, stevige wind in de rug, in een mum van tijd in Beernem alwaar ik, voorhoofdzweet plengend op de arduinen vloer voor de receptiebalie van mijn klant, mijn vrachtje aflever. De rit voert mij verder langs Oedelem, en vanaf daar op de vertrouwde wegen van weleer: Oedelem-Berg, de boerderij van Paul Demeester, het kasteel van Male, de Aardenburgse Weg en de manège De Blauwe Zaal. Op Oedelem-Berg meen ik een portemonneetje te zien liggen op de kasseien, ik keer terug en het blijkt een keutel te zijn. Met Paul Demeester overigens zat ik zes jaar op de lagere school, en ik zag hem een jaar of tien na het laatste studiejaar nog één keer toen hij op het punt stond in zaal Schuttershof op Sint-Kruis een vrijgezellenbal te betreden. En kijk, daar haalt nu op zijn erf een prompte dame met roodgeverfd haar de gedroogde was binnen…

1120

Loch Lomond.

zondag 5 augustus 2007

1118 / Liverpool 16

Liverpool 10-15


Frenetieke bouwactiviteit in de benedenstad. De gerenoveerde en voor culturele doeleinden aangewende 19de-eeuwse Docks aan de Mersey. Een opname in het Tate-filiaal. Laatste foto: op de achtergrond het stevenprofiel van het nieuwe concertgebouw.